CURSUS- EN LEZINGENAANBOD

Italiaanse fresco's
Fresco's in Rome
Middeleeuwse kathedralen en kloosters in Italië
Langs herdersroutes in de Abruzzen
Zuid-Italiaanse grotkerken
Werk en leven van een Italiaanse renaissance kunstenaar
Ut pictura poesis: verhalende schilderkunst
De eeuw van creativiteit: Italiaanse kunst 1450-1550
Renaissance humanisme en het hof van de Medici
Lofrede op Florence
De Vitruviusman
Kruisbestuiving Oost-West
Grieks-boeddhistische kunst
Noord-Italiaanse schilderscholen
Venetiaanse schilderkunst
Titiaan en zijn tijd
Bernini en zijn tijd
Rafaël


Italiaanse fresco's
Frescokunst, het schilderen met waterverf op een natte laag kalk, is eeuwenlang in Italië de meest bewonderde kunstvorm geweest. In het land dat zo uitmunt in kunstzin, valt de frescokunst in de topcategorie van de artistieke disciplines. Bijna alle grote kunstenaars hebben zich onderscheiden op het gebied van de muurschilderkunst. Giotto, Piero della Francesca, Rafael, Tiepolo en vele anderen hebben hun hoofdwerk in fresco gerealiseerd. Zelfs Leonardo da Vinci die zich zelden aan fresco waagde, en Michelangelo, van nature een beeldhouwer, danken hun roem aan respectievelijk het fresco van het Laatste Avondmaal en de beschildering van de Sixtijnse kapel.
Uit de periode 1300-1800 zijn duizenden fresco’s bewaard gebleven. Ze geven een homogeen en rijk geschakeerd beeld van een kunstvorm die zich volgens bepaalde, nauw omschreven criteria heeft ontwikkeld. Voor het merendeel zijn de fresco’s nog in hun oorspronkelijke entourage aanwezig. De huidige bezoeker kan zich daarom moeiteloos in de tijd verplaatsen waarin ze zijn ontstaan. Ook nu nog raken we onder de bekoring van Italiaanse frescokunst met zijn prachtige kleuren verkregen uit natuurlijke pigmenten,  de ongelooflijke stilistische rijkdom, en de diepgang en originaliteit waarmee de aloude thema’s van de westerse cultuur in beeld zijn gebracht.
De cursus biedt u een chronologisch en topografisch overzicht van de Italiaanse frescokunst, van vroege fresco’s in grotkerken en kerkjes langs de oude herdersroutes in de Abruzzen tot aan de wervelende fresco’s van Tiepolo in Venetië en omgeving. In de cursus worden verschillende thema’s en aspecten van de frescokunst uitgediept zoals werkwijze, stilistische criteria, doel en functie van fresco’s. Na afloop heeft u een compleet beeld van een van de belangrijkste kunsthistorische perioden en kunstvormen, en bent u in staat een willekeurig fresco min of meer nauwkeurig te plaatsen.

 

FRESCO’S IN ROME
De beroemdste fresco’s ter wereld bevinden zich in Rome. Iedereen kent de muur- en gewelfschilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel, en de zogeheten School van Athene en andere fresco’s die Raphael in de pauselijke vertrekken schilderde. Maar die schilderingen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een indrukwekkende traditie die gaat van de muurschilderingen in het Gouden Huis van Nero tot aan de spectaculaire koepel- en geweflfresco’s in de barokke kerken . Tezamen vormen ze een onlosmakelijk deel van de rijke cultuur van Rome. 
In de cursus komen aan de orde:
* Fresco's in middeleeuwse kerken in Rome
* Florentijnse frescoschilders die in Rome de Renaissance hebben gebracht
* De Hoog-Renaissance in Rome: Michelangelo en Raphael in het Vaticaan
* Fresco’s in Romeinse villa’s en palazzi
* Muur- en gewelffresco’s in Romeinse barokkerken

 

Middeleeuwse kerken en kloosters in Italië
Italië bezit een fantastisch kerkelijk erfgoed, variërend van grot- en plattelandskerken en kloosters tot en met grandioze kathedralen. Het verkennen van dergelijke gebouwen is een avontuur dat vele verrassingen oplevert: een crypte uit onheuglijke tijden, een pas blootgelegd fresco, een altaar dat een Romeinse sarcofaag blijkt te zijn, of een reliëfvoorstelling van Oosterse herkomst. De verbazing en schoonheidsbeleving die dit alles teweeg brengt, vragen om een nadere bestudering van dit unieke erfgoed. In kathedralen en kerken lijken elementen van alle Middellandse Zee-culturen verenigd te zijn. In de cursus gaan we systematisch de verschillende types religieuze architectuur behandelen:
- kathedralen
In een tijd dat Italië bestond uit stadsrepublieken, was de kathedraal symbool van lokale trots, die zich uitte in heel eigen, specifieke bouwstijl.
- kloosters van benedictijnen, cisterciënzers en kartuizers.
Kloosters waren idealiter een afspiegeling van de door God geschapen kosmische orde. Monniken leefden volgens het gebod van ora et labora (bidden en werken). Tot hun taken behoorden het verrichten van liturgische handelingen, het bewerken van land of,  zoals in de Abruzzen, de organisatie van de transhumance, het seizoensgebonden weiden van vee in bergen en warmere kustgebieden.
- bedelordenkerken
De bedelorden (franciscanen, dominicanen) richtten zich op de zielzorg van leken. In welhaast iedere stad verrezen grote eenvoudige predikkerken. Aangetrokken door hun aura van zuiverheid, lieten rijke burgers hun graf- en familiekapellen in de kerken van de bedelorden inrichten.
- parochiekerken
Parochiekerken zijn vaak  van ontroerende eenvoud,  intiem, en ingericht met mooie voorbeelden van volkskunst.

Facetten die aan de orde komen zijn de historische context en de bouwstijl en ornamentiek.

Langs herdersroutes in de Abruzzen
Zijn er nog blinde vlekken op de culturele kaart van Italië, het rijkste en meest bezochte cultuurland ter wereld? Het antwoord is bevestigend. In ieder geval bestaat er nog één blinde vlek: de Abruzzen, het hoogste bergmassief van de Apennijnen. Een gebied met een coherent, rijk geschakeerd cultureel erfgoed dat bijna geheel aan het oog van het grote publiek is ontsnapt. Al duizenden jaren weiden herders in de zomer op de bergweiden hun kuddes om bij het invallen van het najaar af te dalen naar de warme Adriatische kustgebieden in het zuiden. In het premoderne tijdvak zijn het de kloosterordes geweest die de wolproductie en alles wat daarmee samenhangt op grote schaal hebben georganiseerd. Langs de aloude herdersroutes stichtten zij op dagmars afstand van elkaar hun kloosters en kapellen. De grote logistieke onderneming van het vervoer van kuddes van en naar de graslanden van de Abruzzen werd zo van een spirituele dimensie voorzien.
Inmiddels zijn de kloosters allang opgedoekt. Maar de monumenten van weleer zijn gebleven. Zo kunnen we nu profiteren van een uniek erfgoed dat nog steeds een fantastisch totaalbeeld geeft van een verloren cultuur: dorpen, kastelen en natuurlijk de kloosterkerken. Ze liggen als onopvallende boerenschuren verspreid in het berggebied. Maar wie ze van binnen bekijkt, wordt overweldigd door een onvoorstelbare rijkdom aan middeleeuwse fresco's, beelden en snijwerk die generatie op generatie de geloofsijver hebben geprikkeld.

Zuid-Italiaanse grotkerken
In Zuid-Italië bevinden zich nog honderden grotten die vanaf de prehistorie tot aan voor kort onafgebroken zijn bewoond. In de Middeleeuwen ontstonden hele steden bestaande uit grotwoningen, -kerken en –kloosters. Vele kerken gaan terug tot de 7de of 8ste eeuw. Sommige zijn heel klein en simpel, met een enkel fresco, maar er zijn ook hele doolhoven van onderling verbonden kerk- en kloosterruimtes, inclusief beeldhouwwerk, ingebouwd meubilair en schilderingen van grote artistieke waarde. Sommige kerken bevinden zich onder de grond, andere zijn deels uitgegraven en vergroot met een aanbouw. Ze getuigen van de aanwezigheid van zowel benedictijnen als Griekse kloosterlingen die volgens de regel van St. Basilus leefden. Daarnaast waren er nog vele kluizenaarsholen. Vele Griekse monniken waren ten tijde van het iconoclasme in Klein-Azië naar Zuid-Italië gevlucht waar de bevolking overheersend Grieks sprak. Pas met de inval van de Normandiërs begon de latinisering van Zuid-Italië, en gingen de meeste kloosterlingen over van de orthodoxie en de Kerk van Constantinopel naar het katholicisme en de Kerk van Rome. De Griekse geestelijkheid gebruikte uiteindelijk ook Latijn voor de misviering. Cultureel en artistiek bleef het Griekse element echter sterk aanwezig en resulteerde in een Grieks-Italiaanse mengcultuur die nog een lang leven beschoren was. Vele kerken verraadden in architectuur, de mozaïeken en iconografie Byzantijnse invloeden die geruisloos overgingen in meer specifiek Italiaanse kunstvormen. Maar zelfs vandaag de dag zijn er nog Griekse enclaves in Italië die de eeuwenoude Grieks-Italiaanse cultuur in leven houden. 

Werk en leven van een Italiaanse renaissance kunstenaar
Italiaanse kunstenaars hebben in belangrijke mate  bijgedragen aan de ontwikkeling van de Renaissance, de bakermat van de moderne westerse cultuur. Alleen daarom al vormden ze een beroepsklasse die een nadere studie waard is. In deze cursus proberen we ons op basis van historisch bronnenmateriaal (handboeken, dagboeken, biografieën, brieven en contracten) te verplaatsen in het leven van kunstenaars in de periode van grofweg 1300-1600. Tot de thema’s die aan de orde komen behoren de opleiding van de kunstenaar, het ontstaansproces van kunstwerken, en de sfeer binnen een werkplaats. Ook wordt gekeken naar de relatie van de kunstenaar met de buitenwereld: de contacten met opdrachtgevers, met collega’s en tenslotte hoe het kunstenaarschap werd gecombineerd met het privéleven. Een detailstudie die een nieuw, verfrissend inzicht verschaft in een boeiende cultuurperiode waarin de beeldende kunsten een voortrekkersrol vervulden.
De cursus bestaat uit de volgende onderdelen:
* De werkplaats
De beroepskeuze en opleiding. De inrichting en samenstelling van een atelier. De materiële aspecten (het verwerven en bewerken van materialen). Analyse van kosten en baten.
* De verkenning van de ruimte
Analyse van methoden om ruimte op een plat vlak te suggereren. Gedurende de Renaissance leerden kunstenaars steeds beter gebruik te maken van lineair perspectief, waarvan de principes in het eerste kwart van de vijftiende eeuw (her)ontdekt werden.
* Verkenning van het menselijk lichaam
Dankzij de  sculptuur van de klassieke oudheid, het modeltekenen, en tenslotte dankzij anatomische ontledingen verwierven kunstenaars gedetailleerde kennis van het menselijk lichaam. Balancerend tussen realisme en idealisme werd het klassieke  prototype van het menselijk lichaam, de zg. Vitruvius man, getoetst aan de werkelijkheid. 
* Ut pictura poesis
Kunstenaars emancipeerden van ambachtslieden tot `academici’ die aanspraak maakten op een status gelijk aan die van de Vrije Kunsten (Artes Liberales). De verwantschap met de poëzie werd benadrukt, en in het bijzonder met de redenaarskunst als kunst van menselijke communicatie in het algemeen.

 

Ut pictura poesis: verhalende schilderkunst
Schilderkunst en dichtkunst gelden van oudsher als zusterkunsten. De beroemde uitspraak van de Romeinse schrijver Horatius ‘ut pictura poesis’ – poëzie is als schilderkunst – werd in de renaissance nieuw leven ingeblazen. Vanaf dat moment legden ambitieuze schilders zich toe op het schilderen van voorstellingen met een verhalend karakter: de zogenaamde historieschilderkunst. Net als schrijvers stonden ze voor de opgave verhalen op heldere, instructieve en boeiende wijze te presenteren. Ze zochten methoden om het chronologisch verloop van een verhaal in een schildering te suggereren, de stijl af te stemmen op de inhoud en hoe effectief gebruik te maken van lichaams- en gebarentaal. In navolging van schrijvers gaven schilders nu ook veel aandacht aan verhaalstructuur, setting en karakterisering van personages.
De cursus geeft u inzicht in de principes die ten grondslag liggen aan de verhalende schilderkunst van grofweg 1300 tot 1800: compositie, spanningsopbouw, psychologische interpretatie. Daarbij worden de kunstwerken regelmatig vergeleken met tekstfragmenten van zowel klassieke auteurs als Homerus, Plinius, Lucretius, Lucianus, Ovidius, als van eigentijdse schrijvers. De vergelijkingen leveren een instructief beeld op van de overeenkomsten èn verschillen tussen de zusterkunsten. Tegelijkertijd verdiepen ze uw kennis van de grote thema’s die de westerse kunst en literatuur hebben geïnspireerd. Globaal komen de volgende thema’s aan bod:


De eeuw van creativiteit: Italië 1450-1550
De Italiaanse Renaissance was een van de meest revolutionaire tijdvakken in de kunstgeschiedenis. De `invenzione’, of tewel vindingrijkheid en creativiteit, was de hoogste eigenschap waarover een Italiaanse renaissance kunstenaar kon beschikken. Eeuwenlang werd van een kunstenaar juist verwacht dat hij in de voetsporen van zijn leermeester trad. Technische beheersing van het vak telde zwaarder dan originaliteit. Maar in de Renaissance betraden de Italiaanse kunstenaars met steeds meer durf nieuwe paden. Eerst nog aan de hand van voorbeelden uit de klassieke oudheid, vervolgens steeds meer vetrouwend op het eigen genie. Voor vrijwel iedere opdracht staken elkaar heftig beconcurrerende kunstenaars elkaar de loef af met innovatieve oplossingen, in compositie, stijl, en/of interpretatie van het onderwerp. Ze konden dit doen omdat ze enerzijds niet meer gebonden waren aan het middeleeuwse gildensysteem. Anderzijds hadden ze nog niet te maken met de normen en regels die hen later door kunstacademies en ten tijde van de Contrareformatie van de zijde van de rooms-katholieke kerk zouden worden opgelegd.
In de cursus wordt het hele creatieve proces en werkwijze geanalyseerd van hoe kunstenaars als bijvoorbeeld Botticelli, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Pontormo en Parmigianino tot hun hoogst innovatieve kunstwerken kwamen. Ze laten zien hoe de kunstenaar in korte tijd opklom van een ambachtsman tot een kunstenaar in de huidige betekenis van het woord. 

Renaissance humanisme en het hof van de Medici
In 1439 trad de rijke bankiersfamilie Medici op als sponsor van een groot concilie in Florence met als doel een hereniging van de Rooms-katholieke en Oosters orthodoxe Kerk. Na de inname van Byzantium door de Turken besloten vele geleerden die aan het concilie deelnamen niet meer terug te keren. In de daaropvolgende periode vond een vruchtbare uitwisseling plaats van Florentijnse en van Byzantijnse, goed in de Griekse oudheid geschoolde geleerden. Aan het hof van de Medici kreeg de voorheen vooral op het christendom en Romeinse oudheid geïnspireerde Renaissance nu ook een sterke Griekse component. Vooral het gedachtengoed van Plato kreeg weer de volle aandacht. De Byzantijnse filosoof Phleton haalde Cosimo de’ Medici over om in Florence een informele Platoonse academie te stichten. Cosimo de’ Medici stelde de filosoof Marsilio Ficino zijn villa te Careggi ter beschikking om als eerste alle werken van Plato in het latijn te vertalen. Jaarlijks werd in de villa de verjaardag van Plato gevierd. Vanuit deze inspirerende heterogene culturele sfeer klimaat ontstonden grote kunstwerken (de mythologische schilderijen van Botticelli, beelden van Michelangelo) en interessante literaire werken van onder anderen Pico della Mirandola. Diens pleidooi voor de autonomie van de mens laat zich lezen als een manifest van het Renaissance humanisme. In De dignitate hominis (`Over de waardigheid van de mens’) van Pico della Mirandola zegt God tot Adam: `Ik heb je te midden van de wereld geplaatst, opdat je het beter kunt aanschouwen wat deze wereld bevat. Ik heb je hemels noch aards, sterfelijk noch onsterfelijk gemaakt, opdat je vrijelijk en naar eigen oordeel, als een goed schilder of een bekwaam beeldhouwer, je gestalte zult voltooien.’

Lofrede op Florence
De lofzang  op de eigen stad was in Florence een veel beoefend literair genre.  Middeleeuwse geschiedschrijvers beschrijven Florence in termen van de Civitas dei,  uitgaande van de vrome droom van de eeuwige stad met de onveranderlijke ordening van de gilden. Maar de Laudatio, de Lofrede op Florence die de Florentijnse kanselier Leonardo Bruni in 1402 publiceert, luidt een nieuw tijdperk in, het tijdperk van de Renaissance. Bij Bruni is het individu er niet langer om de gemeenschap compleet te maken, maar de gemeenschap is er om de persoonlijkheid van de mens te vormen. Iedere burger is geroepen om zijn politieke mogelijkheden te ontwikkelen die hem tot de toppen van zijn kunnen verheffen. Want dan, zo legt Bruni het Florentijnse gevoel uit, ``is de vrijheid echt en bestaat er gelijkheid voor de wet ten aanzien van alle burgers.’’ De uiterlijke schoonheid van de stad is een onvervreemdbaar onderdeel van de innerlijke politieke structuur. Florence biedt geen schitterende facade, de schoonheid komt van binnenuit. Ook fysiek culmineert Florence in het hart, d.i. in het oude raadhuis, het Palazzo Vecchio, de zetel van Florence’s politieke structuur.
Deze cursus verduidelijkt hoe de nauwe band tussen uitzonderlijk begaafde humanisten, architecten en kunstenaars het mogelijk maakte het gemeenschapsideaal vorm te geven. Ze lag aan de basis van het tegelijk veelzijdig en homogeen karakter van de Florentijnse Renaissance.

literatuur
Lofrede op Florence van Leonardo Bruni, Olive Press 1996

De Vitruviusman
Leonardo da Vinci maakte rond 1487 de wereldberoemde pentekening van een man in twee houdingen. Hij staat met armen en benen uitgestrekt binnen respectievelijk een cirkel en een vierkant. De tekening is voorzien van aantekeningen gebaseerd op het werk van de Romeinse schrijver Viruvius. Hij zocht naar een  proportietheorie die niet alleen voor het menselijk lichaam van toepassing was, maar ook universele geldigheid had. Deze zogenaamde Vitruviusman is daarom het symbool geworden voor de  cultuur van de Renaissance waarin de mens fier de centrale plaats in de wereldbeschouwing inneemt.
In de vijftiende eeuw waren kunstenaars al druk bezig geweest om het menselijk lichaam correct weer te geven. Na lange tijd alleen met standaardformules te hebben gewerkt, gingen ze over tot studie van klassieke beelden, of te werken naar pleistermodellen en vervolgens naar levend model. .Zelfs lijkenontleding werd beoefend. Paus Sixtus IV (1471-1484) had een bul uitgevaardigd die in bepaalde omstandigheden lijkontleding ten behoeve van de wetenschap toestond. Zo konden ook kunstenaars als Leonardo da Vinci en Michelangelo gedetailleerde kennis van de anatomie opdoen. Een kennis die ze echter in dienst stelden van de kunst. De tekening van de Vitruviusman, enerzijds gebaseerd op theorie en anderzijds op waarneming, is kenmerkend voor het spanningsveld tussen realisme en idealisme waarbinen de Renaissance kunstenaar zich bewoog. 

Kruisbestuiving Oost-West: kunst en filosofie
De grote wereldculturen zijn geen gesloten werelden die zich in isolatie hebben ontwikkeld. Vaak ligt aan die ontwikkeling een intensief contact met andere beschavingen ten grondslag.  Zo hebben de oosterse en westerse cultuur veel meer raakvlakken  dan we gewoonlijk beseffen. 
Deze cursus  geeft u een beeld van de uiterst boeiende wisselwerking op het gebied van kunst en denkwereld  tijdens drie historische perioden van intensief contact, te weten:
* 3e-2e eeuw voor Chr. : Griekenland en India
Na de veroveringstochten  van Alexander de Grote hebben de Grieken  eeuwenlang een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Indiase denkwereld en esthetiek. In Gandhara, het huidige huidige grensgebied van Pakistan en Afghanistan ontstond een unieke synthese  van twee hoogontwikkelde culturen
* De 17e-18e eeuw:  China en de Verlichting
In de tijd van de Verlichting laat Europa zich inspireren door China. Chinees porselein wordt een rage die ook op andere kunstvormen overslaat. Leibniz heeft bewondering voor de rationele Chinese ethiek, en deze humanistische visie van het Oosten dringt tot diep in het Franse Verlichtingsdenken door.
* De 19e-20e eeuw.  Japan en het Impressionisme, modernisme en de opkomst van de psychologie
De 19e eeuw ontdekt dat onder het rationele oppervlak een wereld van vaag bewuste gevoelens en drijfveren schuilgaat. Schopenhauer en Freud sluiten aan bij boeddhistische gedachten over het onbewuste. Parallel hieraan ondergaat de westerse kunst een radicale verandering door een nieuwe manier van kijken die door de Japanse houtblokprenten wordt geïntroduceerd.  Vervolgens laten architecten zich inspireren door de bijzondere ruimtebeleving die de oosterse architectuur oproept.
Dankzij de focus op de wisselwerking komen juist de essentiële kenmerken van de Westerse en Oosterse beschaving aan het licht. De cursus biedt u derhalve een instructieve cultuurgeschiedenis in notendop  van twee grote beschavingsgebieden.

docenten drs. Ernest Kurpershoek en dr. Alfred Scheepers (filosoof)

Grieks-boeddhistische kunst
Twee grote wereldculturen, die van het klassieke Griekenland en het boeddhistisch India, hebben elkaar bijna duizend jaar lang wederzijds beïnvloed. Dat gebeurde vanaf de veroveringstochten van Alexander de Grote in de vierde eeuw voor Christus tot aan de opkomst van de Islam in de zevende eeuw. De culturele wisselwerking kwam tot uiting in een ongelooflijk boeiende vermenging en samengaan van Griekse en Indiase stijlelementen, symbolen en inscripties.
Ook lang nadat het rijk van Alexander de Grote was opgedeeld, bleef de Griekse invloed in het Oosten dominant. Oosterse vorsten van Griekse afkomst, zoals Menander (of in het Pali Milinda, een vorst die in de 2de eeuw v.C. leefde) waren zowel aanhangers van de Griekse als boeddhistische filosofie en wereldbeschouwing. Uit de tijd van Milinda dateren honderden munten waarbij een afbeelding van de vorst en een Griekse godheid (een traditie die op Alexander de Grote terugging) wordt gecombineerd met boeddhistische symbolen. Griekse inscripties gaan samen met inscripties in de inheemse taal. En soms maken Griekse goden en halfgoden zelfs handgebaren die typisch zijn voor het onderrichten van de boeddhistische leer.
De culturele wisselwerking resulteerde uiteindelijk in het ontstaan van het Boeddhabeeld: een Griekse god, die zich onderscheidde door verinnerlijking en nadruk op het contemplatieve die zo kenmerkend zijn voor de Indiase beschaving. Dit type Boeddha beeld lag aan de basis van het canonieke Boeddhabeeld en heeft zich in aangepaste vorm uiteindelijk verspreid over het hele Verre Oosten, van China en Japan tot Thailand en Indonesië.

 

NOORD-ITALIAANSE SCHILDERSCHOLEN
De Italiaanse stadscultuur heeft altijd een sterk eigen karakter gehad. Iedere stad had wel een schilderschool met typische kenmerken die zorgvuldig gekoesterd werden. Onderlinge wedijver zorgde voor een dynamische ontwikkeling  waarbij de verschillende schilderscholen om beurten het voortouw namen. Het resultaat was een rijk gevarieerd en toch homogeen schilderkundig erfgoed met een keur aan schitterende en originele werken.
De cursus is chronologisch van opzet, met per periode de nadruk op bepaalde schilderscholen in Noord-Italië. Naast de schilderkundige aspecten besteden we ruim aandacht aan functie en gebruik van de schilderijen. Hierdoor krijgen we tegelijk inzicht in de eigenzinnige Noord-Italiaanse stadscultuur.
Aan de orde komen:
* Verona, Padua: Giotto, Altichiero, Pisanello
* Mantua en Ferrara: Mantegna, Giulio Romano, Cosmè Tura e.a.
* Parma: Correggio, Parmigianino
* Bergamo, Milaan: G. B. Moroni, Sofonisba Anguissola, Arcimboldo, het caravaggisme
* Bologna: de Carracci academie, Guercino, Reni

 

VENETIAANSE SCHILDERKUNST
De Venetiaanse schilderschool is de rijkste uit de geschiedenis.  Vanaf de Middeleeuwen tot aan de komst van Napoleon heeft ze een bijna onafgebroken rij geniale kunstenaars voortgebracht: Bellini,  Giorgione, Titiaan, Tintoretto, Veronese, Tiepolo en zovele anderen.  Hoewel lokaal gebonden, is haar uitstraling enorm geweest. Het Venetiaanse kleurgebruik is een begrip geworden. Het ligt aan de basis van een hele stroming in de kunstgeschiedenis, van Rubens en Rembrandt tot en met Delacroix. Bekende schildergenres zijn in Venetië tot wasdom gekomen: de sacra conversazione, het landschap, de vedute (stadsgezichten) en niet te vergeten de poesie, schilderijen die een intrigerende symbiose laten zien van poëzie, filosofie en wetenschap.
In deze cursus gaan we, in min of meer chronologische volgorde, de volgende thema’s onderzoeken:
* religieuze kunst
* poesie en erotiek
* patriottisme en kosmopolitisme
* Venetiaanse VIP’s
* Feesten en maskerades: Venetië in de achttiende eeuw


Titiaan en zijn tijd
Op de Venetiaanse schilder Titiaan (Tiziano Vecellio, ca. 1490 -1576) lijken alleen superlatieven van toepassing: hij was de oudste, de belangrijkste, best betaalde, en meest gevraagde Venetiaanse kunstenaar. Zijn leven was één lange successtory. Een tijdgenoot schreef: '’’Titiaan is altijd kerngezond geweest en heeft meer voorspoed gekend dan wie ook, en van de hemel heeft hij nooit anders dan gunsten en geluk ontvangen. Zijn huis in Venetië werd bezocht door alle vorsten, geleerden en edele heren. Hij was namelijk niet alleen een voortreffelijk kunstenaar maar ook een bijzonder vriendelijk persoon, en buitengewoon welgemanierd.’’'
Titaan voerde opdrachten uit voor de Venetiaanse stadsregering, de paus en Italiaanse vorstenhoven, en werd tenslotte hofschilder van Karel V en Filips II. Hij liet een omvangrijk, gevarieerd en interessant oeuvre na. Portretten die van verrassend psychologisch inzicht blijk geven, erotisch getinte mythologische voorstellingen, en religieuze werken waarin heiligen en Bijbelse figuren als mensen van vlees en bloed ten tonele worden gevoerd. Tot zijn meest bekende werken behoren de Venus van Urbino, de Tenhemelopneming van Maria voor het hoogaltaar  in de Santa Maria Gloriosa dei Frari in Venetië als ook zijn meesterwerken die zich nu in de Europese topmusea bevinden:  het Prado in Madrid, het Louvre in Parijs of de National Gallery in Londen. 
In de cursus volgen we de verschillende artistieke fasen die Titaan heeft doorlopen: van de kleurige en uiterst precies geschilderde jeugdwerken tot aan zijn late, bijna monochrome schilderijen waarbij Titiaan soms zijn toevlucht nam tot onconventionele middelen als schilderen met zijn vingertoppen. Ook besteden we aandacht aan de andere schilders van de Venetiaanse schilderschool die ten tijde van Titiaan tot een fantastische bloei kwam. De bekendste vertegenwoordigers van die school zijn Giovanni Bellini, Giorgione, Paolo Veronese en Tintoretto.

 

Bernini en zijn tijd
`Het is jouw grote geluk, Cavaliere, dat ik tot paus ben gekozen’’,  riep Bernini’s eerste beschermheer Maffeo Barberini uit toen hij in 1623 als Urbanus VIII de pauselijke troon besteeg,  ``maar ik heb nog meer geluk dat er een Cavaliere Bernini leeft ten tijde van mijn pontificaat.’’  Urbanus VIII was niet de enige paus die blij was met Bernini als kunstenaar aan zijn zijde. De beeldhouwer, schilder, architect, decorontwerper en dichter Gianlorenzo Bernini (1598-1680) was gedurende zijn lange carrière de favoriet van een hele reeks pausen. Geen enkele kunstenaar heeft hierdoor zozeer zijn stempel op het barokke Rome kunnen drukken als hij. Bernini zelf was in zijn werk- en levenshouding de verpersoonlijking van de Romeinse levenskunst: veelzijdig, geestig, extravert, virtuoos en in staat om met schijnbaar gemak de grootste en moeilijkste opdrachten uit te voeren.
Bernini is de beroemdste exponent van de Romeinse barok die in de periode 1600-1750 echter ook nog vele andere briljante kunstenaars kende: Caravaggio, Carracci, Pietro da Cortona en Bernini’s sombere tegenhanger, Borromini, architect van een aantal extravagante bouwwerken in Rome.
In de cursus komen aan de orde:
* De stedenbouwkundige transformatie van Rome in de tijd van de barok
* Caravaggio en Carracci
* Het vroege werk van Bernini
* Bernini als architect en beeldhouwer van de paus
* Borromini en Pietro da Cortona
* Bernini en de Europese barok

Bij de behandeling van de onderwerpen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van originele bronnen: brieven, dagboeken, contracten, levensbeschrijvingen.